Het mooiste vak van de wereld | 2020 – 2021

15 november 2020

De goede dingen doen
“Ik vond je een hele fijne juf. Soms ook niet trouwens. Maar meestal wel. Je snapte me. Daardoor leerde ik over mezelf. Dat was soms ook wel moeilijk. Je kon me goed helpen want je deed gewoon.”

Een paar van de glitters die op het afscheidskaartje geplakt zitten, dwarrelen naar beneden en komen op de vloer terecht. Voordat hij in mijn groep kwam, had hij een poos gebivakkeerd in het kantoor van de directeur en in de gang van z’n vorige, reguliere basisschool. Dat doet iets met je vertrouwen. In jezelf. In leerkrachten. In het onderwijssysteem.
Na een tijdje in mijn groep, kwam hij weer tot ontwikkeling. Het vroeg wat van mij om te kunnen bieden wat hij nodig had. Kennis. Een voortdurende reflectie op mijn handelen. Een nauwe samenwerking met ouders. Met collega’s. Met de zorg. Ik had positieve verwachtingen van hem. Op elk gebied. Op maat. En ik normaliseerde. Deed gewoon. In een speciale onderwijssetting.

Morgen wordt er in de Tweede Kamer gesproken over passend onderwijs en het ‘inclusiever’ maken van het onderwijs. Hopelijk ziet Den Haag in dat de basis in onderwijsland eerst op orde moet. Zorg voor voldoende leerkrachten. Kwantitatief en kwalitatief. Dat is al een flinke opgave. Onderwijs bieden aan kinderen vraagt expliciete kennis en vaardigheden. Onderwijs bieden aan kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften vraagt een verdieping van die kennis en vaardigheden. Eerst de basis op orde. Dat borgen. Dan behouden we de leerkrachten die we hebben en kiezen nieuwe mensen voor het mooiste vak van de wereld.


14 oktober 2020

Reflectering
Ik kijk door het raam van mijn lokaal naar buiten. De lucht is donker. De regen zwiept tegen het raam. Mijn groep zessers zitten met rode wangen te werken aan een leesopdracht. Ze overleggen zachtjes in tweetallen. Fijn dinsdagmiddag-sfeertje. Bijna herfstvakantie.
Ik denk terug aan de afgelopen periode. Weken waarin ik bouw met mijn groep. Maar ook overdrachten schrijf voor invallers en verdeelpakketten maak. Op ‘mijn’ maandag en dinsdag moet ik hard aan de bak. De dynamiek soms licht ontvlambaar. Kinderen die elkaar hun grenzen toesnauwen. En meer dan eens wordt er (letterlijk) geschreeuwd om aandacht of een beetje liefde. Dus op naar rust. Veiligheid. Zo gaan we met elkaar om. Zo werken we met elkaar in de klas. Verwachtingen hoog. Vertrouwen uitspreken. Zien wat goed gaat. Dat direct benoemen. Volgbaar zijn. Nabijheid bieden. Betrouwbaar zijn. Nakomen wat je zegt. En in deze storming-fase, of liever gezegd orkaan, voel ik ook weer hoe moeilijk mijn vak is. Het vraagt ervaring, kennis en vaardigheden. Het vraagt wat van mij. Als mens. Als leerkracht. Mijn ‘chronische reflectering’ speelt zo nu en dan in alle hevigheid op. Oh ja. Niet te streng zijn voor mezelf. Zien wat goed gaat. En een beetje humor. Graag.
Ik kijk de klas in en zie tot mijn schrik dat het bijna tijd is. Ik vraag om stilte, geef de opruimopdracht, leg wat spullen op mijn bureau. Ik spoor een jongen aan om nu toch ook echt op te ruimen. Hij zucht en kijkt op: ‘Wat jammer hè, juf, dat het al tijd is. Het was net zo gezellig.’ Ik kijk in een vrolijk gezicht. Ik knik. Wat een vak heb ik. Soms verrekte moeilijk. Maar wel het mooiste vak van de wereld.


13 september 2020

(H)eerlijk
Op de allereerste schooldag geef ik mijn groep mijn vertrouwen. Ik ga er van uit dat ieder kind in mijn klas het goed wil doen. Dat bespreek ik zo’n eerste dag met de groep. Ik geloof dat elk kind zich wil ontwikkelen, bij de groep wil aanhaken, wil luisteren, zijn best wil doen. Dat dat soms (nog) niet lukt, dat kan. Dan moet ik als juf gaan nadenken wat dat kind nodig heeft. Maar ik vertrouw erop dat de intentie om het goed te doen er is. Altijd.
En vanuit dat vertrouwen vraag ik kinderen eerlijk tegen me te zijn. Niet liegen dus. Logisch, denk je misschien. Eerlijk zijn duurt het langst. Echter, zo vanzelfsprekend is dat niet. Er zijn nog steeds veel kinderen voor wie het helemaal niets oplevert als je eerlijk bent. Sterker nog, je eerlijkheid kan je op sommige plekken, thuis of op straat, duur komen te staan. En dan kijk je wel uit.
Maar om een veilige en goede (werk)sfeer te creëren, pestgedrag in de kiem te kunnen smoren, autonomie te kunnen geven, een flinke ruzie te kunnen fiksen, is het wel verrekte belangrijk dat kinderen eerlijk tegen me durven te zijn. En omdat eerlijk zijn dus niet overal het langste duurt, laat ik steeds zien, dat ik wel de tijd heb.
“Heb jij haar stiften afgepakt?” Stilte. De rest van de groep kijkt gespannen op. “Eerlijk zeggen, je krijgt geen straf.” Ik zie een koppie dat een afweging maakt. Ogen die even wantrouwend kijken. Een mondhoek die trekt. Een zacht trillende neusvleugel. Om vervolgens zachtjes toe te geven dat de stiften inderdaad niet de zijne zijn.
“Ok.” Knipoog. Glimlach. “Fijn dat je eerlijk bent. Vraag je de volgende keer even of je ze mag gebruiken?”
Dan schouders die ontspannen. Zucht. Een lach. Andere kinderen die net iets relaxter in hun stoel lijken te zakken. Om vervolgens door te gaan met hun werk.
Ik zie vanaf een afstandje dat de stiften terug geschoven worden naar de rechtmatige eigenaar. Er wordt een hand gegeven. Een ‘sorry’ gemompeld. Wat een (h)eerlijk vak. Het mooiste vak van de wereld.

10 september 2021

Allemachtig prachtig
Eerste schoolweek. Zo’n klaslokaal met de kasten vol met lege, nieuwe werkboeken. De laatjes gevuld met een nieuwe pen, een scherp potlood en een volle kleurdoos. En dan die verwachtingsvolle koppies. Een nieuwe groep. Een heel schooljaar meelopen in de ontwikkeling van de kinderen in die klas. Allemachtig prachtig.
Toch maakte ik deze week geen kennis met een nieuwe groep kinderen. Ik leerde deze week een groep enthousiaste (startende) leerkrachten kennen met wie ik mag samenwerken. Mensen met wie ik even mee mag lopen dit schooljaar. Bij wie ik in de klas kom en de mooiste gesprekken voer over het vak.
Onderwijsprofessionals met wie ik mijn kennis en ervaring deel. En die ik (her)besmet met de liefde voor het vak. Ik deel dat minder meer is. Dat het werkt om de zaken simpel te houden. Het vak is namelijk al complex genoeg. Oh. En ik vertel ook over het woord ‘nee’. Codewoord als het gaat over werkdruk.
Of ik het gemist heb, de start van het jaar in een eigen groep? Jazeker. Bij vlagen plopt er heimwee op naar zo’n eigen klas waarin ik me zo thuis voel. Maar als ik dan met mensen mag werken die zich willen ontwikkelen en nog beter willen worden in dat allermooiste vak van de wereld, maakt dat alles goed!