Buiten de lijntjes schrijven

13 augustus 2020

Klappen
Terwijl ik zwetend in de tuin het kleinste zuchtje wind juichend omarm, denk ik aan m’n zusje. Aan het werk in het ziekenhuis. Ook zwetend vermoed ik. Mondkap. Muts. Lachende ogen achter zo’n grote plastic bril. Met zekere handen in handschoenen aan het bed van een zieke man of vrouw. Die ogen die boven het mondkapje even een knipoog geven en geruststellen. Wat een vak.
Op 17 maart van dit jaar werd er massaal geklapt voor de zorg. Door het hele land en in de politiek gingen de handen op elkaar. Spandoeken verschenen op gevels. Maaltijden werden gekookt. Cadeaubonnen uitgedeeld. Zorgverleners massaal gebombardeerd tot Onze Zorghelden. Ze waren ineens van ons allemaal. Menig politicus dweepte ermee. En als je wint, heb je vrienden. Dus. Beloftes werden gedaan voor na de coronastorm. Het salaris moest beter worden. Er moest en zou meer geld naar de zorg.
Gisterenavond stond in de Tweede Kamer de stemming voor een structureel betere beloning voor de zorg op de agenda. Appeltje. Eitje. Prioriteit. Zou je zeggen. Nadat dit voorstel voor het zomerreces al drie keer (drie keer?!) weggestemd was, zou het nu zo gepiept moeten zijn. Voor Onze Zorghelden. Toch? Nee. Er is niet gestemd. Te weinig aanwezigen. Prioriteiten?
Onze Zorghelden. Weer gewoon zorgpersoneel. Terwijl ze uitgekleed worden, trekken zorgverleners elke dag weer dat witte pak aan. Met de bittere smaak van de gedoneerde pizza nog in de mond. Belofte maakt schuld. Als je wint, heb je vrienden. Maar als het er op aankomt, leer je je echte kennen.

 

 

15 maart 2020

Helden
Mijn telefoon licht op. ‘Weet je al wat jullie doen met jullie weekendje weg in april? Als jullie niet gaan, hoef ik niet op te passen. Dan geef ik hier vast door dat ik extra kan werken.’ Een appje van mijn zus. Mijn zusje. Verpleegkundige in het ziekenhuis. Had altijd al diep respect voor haar werk. En dat respect heeft nu onmetelijke vormen aangenomen. Terwijl wij thuis het nieuws volgen en zien hoe Nederland hamstert, staat zij samen met haar collega’s in de frontlinie. Gewoon haar werk te doen. Gewoon? Ja. ‘Ik doe gewoon wat ik altijd doe hoor.’ Zorgen voor patiënten. Medische zorg leveren. Zorgen dat mensen beter worden of zich net wat beter voelen. Verschil maken. Even het kussen opschudden. Zorgen dat mevrouw iets lekkerder ligt. Een knipoog. Een praatje met die meneer op kamer 4. Een grap. Een lach. Een geruststelling.
Zou mijn zus bang zijn? ‘Weet je, ik ben niet bang voor mezelf. Ik hoop alleen niet dat we straks keuzes moeten maken.’ Ik denk aan de beelden op tv. Aan richtlijnen van het RIVM. Aan lege schappen in de supermarkt.
Wat een vak heeft zij. Het belangrijkste vak van de wereld.