16 februari 2025
Acht jaar oud was ik toen ik, na een zelfstandig bezoek aan de bibliobus, thuis kwam met het boek 𝘞𝘪𝘦 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘸𝘦𝘨 𝘪𝘴 𝘸𝘰𝘳𝘥𝘵 𝘨𝘦𝘻𝘪𝘦𝘯 van Ida Vos. In het prachtige, biografische boek beschrijft Ida Vos door de ogen van Rachel hoe het was en vooral hoe het voelde een joods kind te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Toen ik het boek aan mijn moeder liet zien was het, gezien mijn leeftijd en de thematiek, voor de hand liggend geweest als ze had gezegd dat ik het boek later maar eens moest lezen. Maar dat deed ze niet. Mijn moeder besloot het boek samen met me te lezen. Mijn moeder duidde en we spraken samen over wat we gelezen hadden en wat dat met ons deed. Het is een heel waardevolle en dierbare herinnering.
Wat later, ik zat inmiddels in groep 5, las meester Van de Plas ons voor uit 𝘖𝘰𝘮 𝘞𝘪𝘭𝘭𝘪𝘣𝘳𝘰𝘳𝘥 van Jan Terlouw en daarna nam hij ons mee op strooptocht in 𝘋𝘢𝘢𝘯𝘵𝘫𝘦 𝘥𝘦 𝘞𝘦𝘳𝘦𝘭𝘥𝘬𝘢𝘮𝘱𝘪𝘰𝘦𝘯 van Roald Dahl. Ik hoef de kaft van een van de boeken maar te zien en ik ben weer daar in de klas als meisje van negen. Ik voel weer hoe fijn het was om, vaak aan het einde van de dag, samen met mijn klasgenoten te verdwijnen in de verhalen. Mijn meester van toen gaf me een ervaring mee voor het leven en ik hoop vandaag nog altijd dat ik precies die ervaring doorgeef aan de kinderen in mijn eigen klas.
De drie boeken waren de start van de vele reizen die ik als kind maakte in de mooiste jeugdboeken van toen. Boeken die ik koester en die soms zelfs een basis vormden voor de keuzes die ik later in mijn leven maakte, zoals 𝘋𝘪𝘦 𝘳𝘰𝘵𝘴𝘤𝘩𝘰𝘰𝘭 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘧𝘪𝘫𝘯𝘦 𝘬𝘭𝘢𝘴 van Jacques Vriens. Met het lezen van dat boek werd de kiem gelegd voor de stap naar het leraarschap.
Ik werd ouder en als middelbare scholier ging ik literatuur voor volwassenen lezen, ook voor de lijst. Ik las prachtige boeken maar nooit raakten ze zo of lieten ze een herinnering achter zoals de boeken uit mijn jeugd dat deden. Geen van die boeken haalde het tot mijn stapel met dierbare en beslissende boeken. Ik herinner me dat ik in die onzekere pubertijd eens aan mijn moeder vroeg of je als volwassene niet gewoon jeugdliteratuur kon blijven lezen, omdat ik dat stiekem eigenlijk veel leuker vond. Hoewel mijn moeder me het antwoord had gegeven dat ik natuurlijk gewoon kon blijven doen, schaamde ik me toch altijd een beetje. Toen ik de opleiding tot leraar basisonderwijs ging doen, kon ik eindelijk weer ongegeneerd kinderboeken lezen.
Deze dagen las ik het magistrale 𝘉𝘳𝘪𝘦𝘷𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯 𝘔𝘪𝘺𝘰 van de hand van meesterlezer, meesterverteller en onderwijzer Martin Bootsma. Het boek is een regelrechte ode aan de jeugdliteratuur, aan het vak van leraar en de onderwijskunst. Een meesterwerk.
Dit boek moet door iedere (aankomend) leraar gelezen worden. Het is het eerste boek voor volwassenen dat terecht kwam op mijn stapel gekoesterde boeken.