Het mooiste vak van de wereld

18 juni 2021

Impact
Mijn telefoon gaat. Een onbekend nummer. Ik neem op. Een mannenstem. ‘Dag juf.’ Wanneer hij zijn naam zegt, herinner ik me meteen zijn vrolijke gezicht. Groep 7/8. Een prachtige klas met kinderen uit alle windstreken van de wereld.
‘Kent u me nog, juf?’ Zo’n 15 jaar geleden, reken ik snel. Natuurlijk ken ik hem nog. Ik weet nog dat hij ging verhuizen aan het einde van dat schooljaar. Een lief, stoer mannetje van elf. ‘Juf, ik bel u omdat ik u even wil laten weten hoeveel u voor me betekend heeft toen. En eigenlijk ook in m’n hele verdere ontwikkeling. U beseft denk ik niet wat voor een geweldige leerkracht u was. We waren geen makkelijke jongens, juf. Maar je begreep ons. En je zag ons. En je leerde ons ook nog eens een heleboel.’
Tjee. Hier ben ik even heel stil van. Hij vertelt dat hij in de jeugdzorg werkt en binnenkort vader wordt. ‘Wauw, wat goed,’ stamel ik, terwijl ik z’n mooie woorden langzaam tot me door laat dringen.
Als we ophangen, heb ik, ondanks de tropische temperatuur buiten, kippenvel.
Wat een vak heb ik toch… Het mooiste vak van de wereld.

 

 

26 februari 2021

Met afstand
De vroege ochtendzon schijnt het lokaal binnen. Ik zak in mijn bureaustoel met een kop koffie. Met tegenzin open ik mijn laptop. Ik kijk de stille klas in. Tafels en stoelen die leeg blijven vandaag. Groep 8, waarvan ik sinds een tijdje de invaljuf ben, zit in quarantaine. Weer. Dus online les.
Mijn gedachten dwalen af. Naar die dag eerder deze week. De dag waarop de leerlingen horen dat ze in quarantaine moeten. Teleurstelling. Boosheid. Verdriet. ‘Is dit nou ons groep 8-jaar?’ Zorgen en angst. ‘Juf, wat dan als ik besmet ben?’ De moed die mijn collega en mij ook even in de schoenen zinkt.
Ik zucht en log in. Zet alles klaar voor de instructies. Rekenen, spelling, taal. Het voorleesboek binnen handbereik. Ik neem een slok koffie en ga online. Langzaam druppelen de kinderen digitaal binnen. Mijn humeur klaart op zodra ik mijn leerlingen zie. Ik start de dag, neem ‘de chat- en demp-etiquette’ met ze door en we gaan van start. En hoe. De leerlingen gaan ervoor en zijn betrokken. Ze helpen mij en elkaar. ‘Juf, we horen je niet, je staat nog gedempt’. Een leerling roept, ondanks de besproken etiquette, dat ‘ze eruit ligt.’ Een klasgenoot geeft instructies en loodst haar weer binnen.
In de pauze komen TikTok-dansjes voorbij. En meerdere honden. Of ouders die even helpen.
De dag sluit ik af met een stuk voorlezen. Ik kijk naar het scherm en zie dat mijn publiek, soms met open mond, ademloos luistert. Na een ochtend online, ben ik behoorlijk gaar. Maar ook zo trots op groep 8. Wat een f*cking mooi vak is het toch. Met afstand het mooiste vak van de wereld.

 

 

31 december 2020

Het mooiste vak van de wereld
Zo’n 20 jaar leerkracht. Regulier onderwijs. Speciaal onderwijs. Ik was intern begeleider en een tijd ambulant trajectbegeleider. En toen weer terug voor de klas. Omdat ik mijn vak miste.

Mijn vak is prachtig. Maar het verhaal over het onderwijs vaak zo negatief. In 2019 besloot ik om mijn positieve onderwijsverhaal, mijn kennis, ervaring en passie voor het vak te gaan delen buiten het klaslokaal. Er ontstond een nieuwe liefde. De liefde voor het delen van mijn kennis, ervaring en passie voor het mooiste vak van de wereld.

En ik had nooit gedacht dat ik dit zou schrijven.

Ik, leerkracht in hart en nieren, onderwijsdier, juf met haar voeten in de klei,  zo’n lerares met het krijt aan haar vingers. Ik zou toch altijd voor de klas blijven?

Toch besloot ik het eind 2020 over een andere boeg te gooien. Een andere invulling van mijn vak om zo het verschil te maken. Mijn liefde voor het vak is onveranderd. Maar andere leerkrachten en potentiële leerkrachten besmetten met de liefde en passie voor het vak is wat ik nu wil doen. En twee liefdes is ingewikkeld. Dus moest ik kiezen.

Misschien vergis ik me. Wellicht zeg ik over een tijd dat ik weer terug wil. Dat zou zomaar kunnen. Dan ga ik terug. Want oude liefde roest niet. Toch?

 

 

15 november 2020

De goede dingen doen
“Ik vond je een hele fijne juf. Soms ook niet trouwens. Maar meestal wel. Je snapte me. Daardoor leerde ik over mezelf. Dat was soms ook wel moeilijk. Je kon me goed helpen want je deed gewoon.”

Een paar van de glitters die op het afscheidskaartje geplakt zitten, dwarrelen naar beneden en komen op de vloer terecht. Voordat hij in mijn groep kwam, had hij een poos gebivakkeerd in het kantoor van de directeur en in de gang van z’n vorige, reguliere basisschool. Dat doet iets met je vertrouwen. In jezelf. In leerkrachten. In het onderwijssysteem.
Na een tijdje in mijn groep, kwam hij weer tot ontwikkeling. Het vroeg wat van mij om te kunnen bieden wat hij nodig had. Kennis. Een voortdurende reflectie op mijn handelen. Een nauwe samenwerking met ouders. Met collega’s. Met de zorg. Ik had positieve verwachtingen van hem. Op elk gebied. Op maat. En ik normaliseerde. Deed gewoon. In een speciale onderwijssetting.

Morgen wordt er in de Tweede Kamer gesproken over passend onderwijs en het ‘inclusiever’ maken van het onderwijs. Hopelijk ziet Den Haag in dat de basis in onderwijsland eerst op orde moet. Zorg voor voldoende leerkrachten. Kwantitatief en kwalitatief. Dat is al een flinke opgave. Onderwijs bieden aan kinderen vraagt expliciete kennis en vaardigheden. Onderwijs bieden aan kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften vraagt een verdieping van die kennis en vaardigheden. Eerst de basis op orde. Dat borgen. Dan behouden we de leerkrachten die we hebben en kiezen nieuwe mensen voor het mooiste vak van de wereld.

 

 

14 oktober 2020

Reflectering
Ik kijk door het raam van mijn lokaal naar buiten. De lucht is donker. De regen zwiept tegen het raam. Mijn groep zessers zitten met rode wangen te werken aan een leesopdracht. Ze overleggen zachtjes in tweetallen. Fijn dinsdagmiddag-sfeertje. Bijna herfstvakantie.
Ik denk terug aan de afgelopen periode. Weken waarin ik bouw met mijn groep. Maar ook overdrachten schrijf voor invallers en verdeelpakketten maak. Op ‘mijn’ maandag en dinsdag moet ik hard aan de bak. De dynamiek soms licht ontvlambaar. Kinderen die elkaar hun grenzen toesnauwen. En meer dan eens wordt er (letterlijk) geschreeuwd om aandacht of een beetje liefde. Dus op naar rust. Veiligheid. Zo gaan we met elkaar om. Zo werken we met elkaar in de klas. Verwachtingen hoog. Vertrouwen uitspreken. Zien wat goed gaat. Dat direct benoemen. Volgbaar zijn. Nabijheid bieden. Betrouwbaar zijn. Nakomen wat je zegt. En in deze storming-fase, of liever gezegd orkaan, voel ik ook weer hoe moeilijk mijn vak is. Het vraagt ervaring, kennis en vaardigheden. Het vraagt wat van mij. Als mens. Als leerkracht. Mijn ‘chronische reflectering’ speelt zo nu en dan in alle hevigheid op. Oh ja. Niet te streng zijn voor mezelf. Zien wat goed gaat. En een beetje humor. Graag.
Ik kijk de klas in en zie tot mijn schrik dat het bijna tijd is. Ik vraag om stilte, geef de opruimopdracht, leg wat spullen op mijn bureau. Ik spoor een jongen aan om nu toch ook echt op te ruimen. Hij zucht en kijkt op: ‘Wat jammer hè, juf, dat het al tijd is. Het was net zo gezellig.’ Ik kijk in een vrolijk gezicht. Ik knik. Wat een vak heb ik. Soms verrekte moeilijk. Maar wel het mooiste vak van de wereld.

 

 

13 september 2020

(H)eerlijk
Op de allereerste schooldag geef ik mijn groep mijn vertrouwen. Ik ga er van uit dat ieder kind in mijn klas het goed wil doen. Dat bespreek ik zo’n eerste dag met de groep. Ik geloof dat elk kind zich wil ontwikkelen, bij de groep wil aanhaken, wil luisteren, zijn best wil doen. Dat dat soms (nog) niet lukt, dat kan. Dan moet ik als juf gaan nadenken wat dat kind nodig heeft. Maar ik vertrouw erop dat de intentie om het goed te doen er is. Altijd.
En vanuit dat vertrouwen vraag ik kinderen eerlijk tegen me te zijn. Niet liegen dus. Logisch, denk je misschien. Eerlijk zijn duurt het langst. Echter, zo vanzelfsprekend is dat niet. Er zijn nog steeds veel kinderen voor wie het helemaal niets oplevert als je eerlijk bent. Sterker nog, je eerlijkheid kan je op sommige plekken, thuis of op straat, duur komen te staan. En dan kijk je wel uit.
Maar om een veilige en goede (werk)sfeer te creëren, pestgedrag in de kiem te kunnen smoren, autonomie te kunnen geven, een flinke ruzie te kunnen fiksen, is het wel verrekte belangrijk dat kinderen eerlijk tegen me durven te zijn. En omdat eerlijk zijn dus niet overal het langste duurt, laat ik steeds zien, dat ik wel de tijd heb.
“Heb jij haar stiften afgepakt?” Stilte. De rest van de groep kijkt gespannen op. “Eerlijk zeggen, je krijgt geen straf.” Ik zie een koppie dat een afweging maakt. Ogen die even wantrouwend kijken. Een mondhoek die trekt. Een zacht trillende neusvleugel. Om vervolgens zachtjes toe te geven dat de stiften inderdaad niet de zijne zijn.
“Ok.” Knipoog. Glimlach. “Fijn dat je eerlijk bent. Vraag je de volgende keer even of je ze mag gebruiken?”
Dan schouders die ontspannen. Zucht. Een lach. Andere kinderen die net iets relaxter in hun stoel lijken te zakken. Om vervolgens door te gaan met hun werk.
Ik zie vanaf een afstandje dat de stiften terug geschoven worden naar de rechtmatige eigenaar. Er wordt een hand gegeven. Een ‘sorry’ gemompeld. Wat een (h)eerlijk vak. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

9 juli 2020

Dag lieve klas
Miezerige regen vergezelt me op mijn fietstocht naar school. Laatste schooldag. Het weer past precies bij mijn stemming. Beetje weemoedig. Ik plant mijn fiets in de stalling. Loop mijn klas in.
Buiten hoor ik de eerste kinderen op het plein. Tussen de regendruppels door, zie ik dat ze elkaar in kleine groepjes opzoeken.
Elk jaar heb ik het weer. Dat gevoel. Een jaar lang deel je gezelligheid, verdriet, irritatie, lol, ruzie en bovenal ontwikkeling met elkaar. Ik raak verknocht aan zo’n groep. En aan de ouders. Elke groep heeft zijn eigen karakter. Zijn eigen ziel misschien zelfs wel. En dat afscheid nemen doet altijd een beetje zeer. Voor even.
De groep druppelt rustig binnen. Een gezellige ochtend. Spelletjes, beetje kletsen met elkaar, samen tekenen. In een gespannen rust verstrijkt de tijd richting het afscheidsmoment later deze ochtend. Een coronaproof afscheid van groep 8. Af en toe plopt er een stressmomentje bij iemand op. “Juf, zouden papa en mama wel op tijd te zijn?” Afscheidsfilm. Afscheidsspeech. Grappen en bravoure verstommen langzaam.
We lopen naar de hoofdingang. De hele school staat klaar. Rode loper. Ballonnenboog. In de verte hun ouders. Trots. En ook een beetje weemoedig, vermoed ik. Mijn grote groep 8-ers zijn ineens weer heel klein. Wie gaat er eerst? En dan gaan ze. Alleen. Met z’n tweeën of in een klein groepje. Over die rode loper. Toegejuicht en uitgezwaaid. Dag basisschool. Dag lieve groep 8. Het was te gek met jullie. Ik heb er van genoten. Jullie maken mijn vak het mooiste van de wereld!

 

 

18 juni 2020

Oorverdovend afscheid
Zo. Goedemorgen. Mijn groep 8 is binnen. En hoe. De eerste ruzie is al een feit. Het stemvolume staat op de schreeuwstand. Een sfeervervolg op gisteren. En da’s niet de sfeer die ik wil in mijn groep. De startopdracht brengt rust. Daarna val ik maar meteen met de deur in huis. ‘Jongens, ik baal van de sfeer.’ Het valt stil. Ongemakkelijk stil. Om dat ongemak wat op te heffen, maakt iemand een opmerking. Een ander reageert. Er gaan wat blikken over en weer. Ik zeg niks. Ik kijk alleen. Totdat een leerling de anderen vraagt te stoppen. En dan wordt het ijzig stil. ‘Jullie zijn afscheid aan het nemen. Het schooljaar en dus ook jullie basisschooltijd, zit er bijna op.’ Ik hoor iemand ‘yes’ zuchten. Terwijl ik weet dat de overstap naar het voortgezet onderwijs hem zwaar valt. Ik maak even oogcontact. Dan praat ik met ze over de sfeer in de groep. Over afscheid nemen. En dat dat af en toe verrekte lastig is. Ik leg uit dat mensen er soms voor kiezen om dan maar vast alles kapot te maken. Zodat het afscheid nemen misschien wat makkelijker gaat. Als ik dat zeg, voel je de oorverdovende stilte. ‘Dus jongens, maak je herinneringen. Kies er voor om er wat van te maken die laatste weken. Dat kunnen jullie. Echt.’ Weer is het stil. Ineens vanuit een hoek een zachte stem. ‘Juf, vertel je dit volgend jaar ook allemaal aan je groep?’ Ik vraag waarom hij dat vraagt. ‘Omdat ik het zo mooi vind wat je zegt, juf.’ Nu val ik stil. Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

3 juni 2020

Niet normaal
Denk terug aan mijn groep 7/8 van ooit. Kinderen uit alle windstreken. De hele wereld in mijn klaslokaal. Een prachtige smeltkroes. En vooral met het kerstdiner smaakte dat verrukkelijk. Een gemiddelde schoolviering eindigde vaak in een enorme dans. Van kleuter tot slungelige bovenbouwer.
Op een ochtend mocht ik met mijn groep naar een dansvoorstelling in het theater in de binnenstad. Harde muziek. Goede moves. Interactief. In het theater zorgde ik voor een tactische plek. In het midden van de groep. Mijn collega aan de andere kant. Samen overzicht over de hele club. De kinderen keken de hele voorstelling ademloos. Af en toe enthousiast wijzend of meebewegend. Ook ik keek ademloos. Naar mijn groep. En genoot van hun genieten.
Na afloop liepen we terug naar school. Collega voorop. Ik achteraan, met een enthousiaste bende meiden aan mijn arm. Nog stuiterend van de indrukken uit het theater.
Toen ineens was daar die snerende, racistische opmerking door een kind van een andere school. Bedoeld tegen ‘mijn’ meiden. Ik weet nog dat ik me fel omdraaide en een weerwoord snauwde. En ik hoor het haar nog zeggen. ‘Laat maar juf, dat gaat wel vaker zo. We zijn er aan gewend.’ Ik viel even stil, keek haar aan en antwoordde dat zij daar nooit aan mochten wennen.

 

 

11 mei 2020

Lullen en poetsen
Kop koffie, leeg lokaal. Tafels uit elkaar. Dettol. Handgel. Klaar voor de start.
Buiten de eerste taxi’s. De kinderen lopen rustig het plein op. Opvallend rustig. Ze zijn gegroeid. Sommigen zoeken elkaar op. Anderen wachten op een afstandje. Een voor een roep ik ze binnen. Een welkom met handgel. Tas naast je tafel. Mijn aanwijzingen worden keurig opgevolgd. Een enkeling nog een beetje onwennig. Zo druppelt mijn groep binnen.
De start is vertrouwd gewoon. De kinderen beginnen zoals altijd met hun taak. Werken rustig totdat ik start met de dagopening. En na de mededelingen over hygiëne en looproutes, praten we met elkaar. Over de coronatijd, over fijne maar ook verdrietige dingen, over gamen. Tussendoor soms een grap of een praktische vraag. Ik houd ze aan de afspraken. Spreek mijn verwachtingen uit. Leg de lat hoog, op maat. Daar is niets aan veranderd. En dat geeft zichtbaar rust. Na het gesprek gaan we aan de slag. Rekenen, spelling, taal. En ook dat geeft zichtbaar rust. We zijn weer bij elkaar, op 1,5 meter. Nou ja, bijna altijd dan op die 1,5 meter. Als iemand zich vergist, helpen ze elkaar. Houden elkaar aan de afspraken. Werken samen. Mooi om te zien. En ook al is de situatie bijzonder, het is goed om er weer te zijn. Heb het gemist. Ik heb echt het mooiste vak van de wereld.

 

 

2 mei 2020

Gewoon volgens protocol
“Hoe is het voor jou als leerkracht, nu dat de scholen weer open gaan, om aan het werk te gaan?”

De laatste dagen krijg ik met regelmaat deze vraag. Of iets wat daar op lijkt.
Met het open gaan van de scholen, wordt het leven weer wat normaler. Nou ja… normaler? Nee. Het leven is nog lang niet normaal. Kinderen die in cohorten naar school gaan, rekening moeten houden met looproutes. Niet in de buurt mogen komen van hun juf of meester. Voor wie 20 seconden je handen wassen de norm is. Mijn zoon die bang is om oma te besmetten met het virus.
Nee. Het leven is nog lang niet normaal. Ik gun onze kinderen een tijd die zorgelozer is. Onbekommerd. Vrij. Maar het is wat het is. Dit is de realiteit. Dus maken we er het beste van. Met elkaar.
En hoe ik het vind om weer op school aan het werk te gaan? Hoe is het voor de verpleegkundige? En voor de schoonmaker? De politieagent? De kassière bij de supermarkt? En de buschauffeur?
Ik ga ‪op 11 mei weer aan de slag in en met mijn groep 8. Op 1,5 meter afstand zijn we weer dicht bij elkaar. En ga ik mijn best doen om het leven van de kinderen iets normaler te laten zijn. Een mooi gesprek, rekenen, taal, een goeie grap. Gewoon even vrij van zorgen en onbekommerd. Ik ook. En al gaat het volgens protocol, ik ga mijn vak weer uitoefenen. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

24 april 2020

Niet struikelen!
Als ik mijn social media open, struikel ik haast, digitaal dan, over de tips en goedbedoelde adviezen. Wijze raad over hoe ik maandag 11 mei m’n klas kan ontvangen. Hoe ik met de kinderen, mijn groep, kan praten over de afgelopen periode. Hoe ik ze kan begeleiden. Hoe ik van mijn klas weer een groep kan maken. En zo verder.
Ik scroll er door, lees niks echt.
Ik ga namelijk maandagochtend 11 mei gewoon met mijn groep 8 in gesprek. En dan hoor en zie ik wel wat er komt. We maken allemaal iets mee wat we nog nooit meegemaakt hebben. Dat delen we. Ik ga kijken, luisteren, voelen. Naar wat die kids vertellen. Vraag naar wat ze voelen, beleven. Ik geef de ruimte voor het gesprek. Of laat juist even. We zijn een groep en dit doen en delen we samen. Naast leerkracht ben ik ook gewoon mens. Gelukkig maar. Dus ik vertrouw volledig op mijn gevoel, intuïtie en ervaring. Op wat er komt. Komt wel goed. Ik ga mijn vak weer uitoefenen. Het mooiste vak van de wereld. 

P.S. Ontdek je nu stiekem een tip? Niet struikelen dan!

 

 

7 april 2020

Met zonder vlag
De vlag gaat uit. Voor het onderwijs. Waarom? Omdat we gewoon ons werk doen. Er het beste van maken. Doen wat we kunnen. Verschil maken. En verschil maken, doen veel mensen.
Er wordt loeihard gewerkt in de zorg. Maar het is ook heerlijk dat de straten schoon zijn, de supermarktschappen gevuld. Het werkt handig dat ik mijn laptop kan opladen. Net zoals mijn telefoon. Ook bijzonder prettig dat de wasmachine gewoon z’n werk kan doen. Mocht dat ding trouwens kapot gaan… de monteur die ‘m fikst, maakt dan voor mij (als moeder van 3 zoons) ook echt een groot verschil. En dan de kastelein die de moed erin houdt zodat we uit kunnen kijken naar de gastvrijheid en de gezelligheid van straks. Wat te denken van de muzikant, de schrijver, de cabaretier en de filmmaker die me naar dat straks helpen met hun werk.
En hé, natuurlijk snap ik de goede bedoelingen van dat vlag-initiatief. Ik waardeer de waardering. Maar er zijn zoveel radertjes in deze maatschappij die het verschil maken. We moeten het samen doen. We doen het samen. Dus ik hoef geen vlag deze week.
En mocht je toch vlaggen? Vlag dan voor iedereen. Voor ons allemaal. Samen. En als we dan later terugkijken op deze tijd, hoop ik dat we dat vasthouden. Gewoon af en toe elkaar helpen, wat waardering voor elkaar en voor het werk dat we verzetten. Met of zonder vlag. Dan mag voor mij de vlag uit. Ook voor het mooiste vak van de wereld.

Verschenen in het Algemeen Dagblad – 10 april 2020

 

 

28 maart 2020

Stil
Ik fiets naar school. De lentezon, die al warmer wordt, in de rug. Een fietstocht met een doel. Een vreemd soort luxe in deze tijd.
Ik fiets door de stad. Op de markt is het rustig. Stil haast. Kramen met rood-wit lint ervoor. De marktman op de veilige 1,5 meter erachter.
Mijn klas is donker en verlaten. Oorverdovend stil. Na een gesprek over dat wat de kinderen bezig houdt, zou mijn groep nu op dit tijdstip, hard aan het werk zijn. Uitleg, rekenen, spelling, atlasopdracht, een grap tussendoor.
Het enige geluid nu komt van het kopieerapparaat dat nieuwe werkboekjes uitspuugt voor de komende tijd. Ik sorteer en zet digitale opdrachten klaar. Ik bedenk hoe ik de kinderen zinvol schoolwerk aan kan bieden zonder dat het teveel vraagt van hun ouders.
Een zacht pling-geluidje laat weten dat er een mailtje binnenkomt. Van een leerling deze keer. Ik bel en mail nu met mijn groep 8-ers. Ze missen de structuur, het werken in de klas en de gezelligheid met elkaar.
En ik mis het ook. Het gewone leven. De kinderen. Mijn vak. Met afstand het mooiste vak van de wereld.

 

 

17 maart 2020

Kutvirus
Mijn klas telt vandaag 2 leerlingen. Een uit groep 4 en eentje uit groep 6. De zon schijnt vrolijk naar binnen. Ik kijk naar de twee jongens. Hard aan de slag met het gekregen werk van school. Af en toe een vraag. En soms is het antwoord heel lastig te accepteren van je moeder. Ineens ben ik de juf van mijn eigen zoons. Wat een bizarre situatie. Omdat ik in deze vreemde tijden een zo gewoon mogelijke structuur wil bieden, werken we volgens een rooster. Op de zolderkamer van de oudste. Bij de jongens sijpelt voorzichtig door dat het menens is en geen gezellige vakantie. Afspreken met vriendjes en opa en oma zit er even niet in.
Gisteravond in bed verzuchtte de jongste: ‘Ik haat dat virus. Ik wil weer een gewone dag.’ Hij keek me aan en zei: ‘Ik weet dat ik het niet mag zeggen maar ik vind het een kutvirus, mam.’ Een traan gleed van zijn wang. ‘Ik vind het ook een kutvirus, lieverd.’ Ik slikte en gaf hem een knuffel. 
Wat een bizarre tijd waarin ze opgroeien. Plots wordt er getornd aan het vrije, onbezorgde leven van onze kinderen. Mijn gedachten dwalen verder af naar landen waar naast een virus ook geweld domineert. Ik denk aan die vaders en moeders.
‘Mam, nou snap ik het wat je net uitlegde!’ Mijn zoon schalt het antwoord op de som enthousiast door de kamer. En door! Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

Verschenen met als de titel ‘En door!’ op jufenmeester.nl – 20 maart 2020

 

 

20 februari 2020

Superkabouters
‘Ik vind het zo spannend, juf. Ik voel het gewoon in m’n buik.’

‘Juf, moet ik dan die kaboutermuts gewoon op de grond leggen?’
‘En als die kleuter nou niet doet wat ik zeg, juf, wat dan?’
‘Als hoeveelste zijn we aan de beurt?’

Mijn groep 8 stuitert het lokaal in bepakt en bezakt met kaboutermutsen en ander verkleedspul. Nodig voor het optreden van vanmiddag.
Grote leerlingen van groep 8 de afgelopen dagen op bezoek in de kleutergroep. Een geweldig optreden wordt voorbereid. Superman en Kabouter Plop. Oefenen. Vragen. Geruststellen. Complimenten geven. Durven. Nog meer oefenen. Dansen. Helpen. Stoere groep 8-ers die kleuters helpen. Positief. Verantwoordelijk. Een voorbeeld. Bij het afscheid high fives.
Terug in de klas geef ik duidelijkheid, maken we afspraken en lachen we samen om de grappige dingen die die kleintjes deden of zeiden. Ze voelen zich groot, zijn belangrijk en doen er toe. Ideeën worden gedropt, problemen getackeld.
Het zaallicht dooft. Grote en kleine superkabouters komen op vanuit de coulissen. En dan staan ze daar. Op dat grote podium. In mooi theaterlicht. De muziek start. Een perfecte show. Lachende gezichten. Glunderende wangen. Trotse ouders. En ik? Ik slik een keer. Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

11 februari 2020

Ode aan de meester
21 was ik. Nog geen 10 jaar ouder dan de kinderen in mijn klas. Bijna klaar met de opleiding, bijna echt juf. En toen mijn eerste eigen groep. Groep 6. Een kleurrijke klas. Kinderen met wortels overal ter wereld. Een prachtgroep. Vol overgave en met heel veel motivatie ging ik van start. En met succes. Ik had er lol in, had een mooi contact met de kinderen en hun ouders en de kinderen leerden ook nog wat. Of misschien wel een heleboel. En niet alleen zij leerden veel. Ik had het geluk dat mijn klaslokaal grensde aan dat van een oude rot in het vak. En van mijn buurman, 30 jaar ouder en ook zoveel wijzer, leerde ik het vak. Ik mocht op mijn bek gaan, sparren, twijfelen, (be)denken, afkijken, reflecteren, me verwonderen, overleggen, trots zijn, discussiëren, geroerd zijn en (heel veel) lachen. Ik werd in die beginjaren gestut en kreeg de kans me te ontwikkelen als leerkracht. Een leerkracht met een eigen visie op onderwijs. En ik wens elke startende leerkracht zo’n buurman of buurvrouw toe. Een buur waarvan je het ambacht mag leren. Die je de kneepjes van het vak bijbrengt. Die jou het vertrouwen geeft om zelf te gaan vliegen en samen met je terugkijkt als je uit de lucht gevallen bent. Laten we er met elkaar voor zorgen dat startende leerkrachten buurmannen en buurvrouwen hebben zodat ze niet afbranden. Zodat ook deze starters de tijd en het vertrouwen krijgen om zich te ontwikkelen tot sterke leerkrachten met een eigen visie op onderwijs. Want we hebben een moeilijk maar prachtig vak. Het mooiste vak van de wereld. 

 

 

31 januari 2020

Vanzelfsprekend
Ik hoor gestommel op de trap. Mijn oudste zoon komt de woonkamer in. Onesie, sloffen, slaapwangen. Ploft op de bank. “Mam, mag ik zo een gebakken eitje als ontbijt?” De middelste slaapt nog. De jongste ligt boven in mijn bed tv te kijken. Ik neem een slok van mijn latte. Dit fijne, slome ochtendritueel voor de tweede dag op rij. En dat op vrijdag. En het is geen vakantie.
Maak me zorgen. Ik ben een onderwijsmens. En moeder. Ik ben bovenal moeder van drie te gekke zoons. En ik gun mijn jongens een schooltijd zoals de mijne. Met rust en stabiliteit. En hoewel ik als kind lang niet altijd blij was met degene die voor de klas stond, pedagogisch gezien was er nog wel wat te halen in sommige gevallen, er was gewoon een meester of juf. Altijd. Dezelfde. En als de leerkracht ziek was, kwam er een invaljuf. Altijd. Dezelfde. We leerden rekenen, lezen, spelling en taal. En met een beetje geluk oriënteerden we ons ook nog op de wereld om ons heen.
Ik vraag me wel eens af of mijn jongste volgend jaar wel kan starten in groep 1. Ik denk aan de generatie van mijn kinderen. Ik weet wat voor kunst- en vliegwerk mijn collega’s op alle scholen in Nederland, dus ook op de school van mijn kinderen, soms uit moeten halen om onderwijs te kunnen blijven bieden. Een hele generatie kinderen. Onze kinderen. Een hele generatie kinderen waarvoor het krijgen van (goed) onderwijs geen vanzelfsprekendheid is.
Ik kijk naar mijn zoon die inmiddels op de bank ligt te lezen. Dat leerde hij gelukkig prima. Heeft mijn jongste zoon straks ook nog een leerkracht die hem goed leert lezen?

 

 

17 januari 2020

Verlof
Het is warm in de klas. Met rode wangen wordt er geknipt, geplakt, getekend en geschreven. De radio staat zachtjes aan. Er heerst een knusse rust. Al maanden zien we de buik van mijn duo-collega steeds dikker worden. Het verlof is nu heel dichtbij. De kinderen maken een afscheidskaartje. Elk kind doet dit anders maar elk kind werkt met een zelfde zorg en overgave. Soms loopt iemand even vast en bedenken we samen wat er nog op het kaartje geschreven of getekend kan worden.
De positieve flow van deze middag is echter broos. Want afscheid nemen is lastig. Afscheid nemen doet pijn. Het brengt onzekerheid met zich mee. Sommige kinderen gaan wankelen van die onduidelijkheid en onvoorspelbaarheid. Wie is de persoon die de taken van mijn duo overneemt? Kent die persoon de afspraken wel? En dus wordt in dit stadium ook mijn veerkracht en betrouwbaarheid weer even uitgebreid getest. En steeds weer ondervinden ze dat ik toch hetzelfde blijf doen. En ik weet de afspraken ook nog. Ik zie ze. Ik hoor ze. Ik ben er voor ze.
Als de laatste werkdag voor het verlof aangebroken is, overhandigen twee leerlingen glunderend van trots het zelfgemaakte cadeau van onze klas. Compleet met geïmproviseerde speech. Ik zie mijn duo slikken. Het geschenk wordt dankbaar in ontvangst genomen. Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

30 december 2019

Waardevol
Buiten is het koud, in de klas warm. Een gewone decemberochtend. Een normale dagopening. Ik neem de dag door met mijn groep. Na de start bied ik zoals altijd ruimte aan de leerlingen. Is er nog iets wat ze willen delen? 
Een van de kinderen zegt dat hij graag wil weten waarom een ieder op deze school zit. Ik geef hem het woord en hij begint te vertellen. Kinderen vragen, vullen aan, vertellen, delen. Een prachtig gesprek ontstaat. In alle rust. Over volle hoofden, trauma, therapie, dwang, levensverhalen, autisme, prikkels. Verhalen die ik ken van op papier en uit gesprekken, nu verteld door de kinderen zelf. Ze vragen elkaar. Leggen elkaar uit. Voor moeilijke woorden wordt met elkaar naar makkelijkere gezocht. Overeenkomsten worden gevonden. Begrip ontstaat. Ik voel de belangrijkheid van dit moment. Ik als deelnemer in het gesprek van de kinderen. Zij leiden hun gesprek, ik ben beschikbaar waar nodig.
Ineens merkt een van de kinderen op dat we al lang hadden moeten rekenen. Zijn klasgenoot probeert hem met een gebaar de mond te snoeren in de hoop dat ik niet op rekenideeën gebracht word. Ik antwoord hem dat ik dit gesprek even waardevol, zo niet waardevoller, vind dan een rekenles. ‘Wat is dat… waardevol?’, vraagt de jongen. Een ander legt uit: ‘Dat betekent dat de juf dit heel belangrijk vindt.’
Wat een vak heb ik. Het mooiste (en waardevolste) vak van de wereld.

 

 

5 december 2019

Berenjacht
De vloer van de klas is bezaaid met grote pakken in vuilniszak en met zorg versierde dozen. Ik neem een slok koffie. Buiten in de ochtendschemer zie ik de kinderen van mijn groep. Ik zie ze niet alleen, ik hoor ze ook. De opwinding en spanning voor vandaag schalt over het voetbalveldje en snijdt dwars door de dikke mist.
Die spanning was gisteren en eergisteren al volop merkbaar. Rekenwerk wat ineens niet lukte. Een vol hoofd. Gevuld met onrust voor de dag van vandaag. Een ogenschijnlijk klein probleem, in een kinderhoofd veranderd in een onoverzichtelijke, enorme beer op de weg. Schreeuwend om structuur. Kaders en duidelijkheid van mij nu belangrijker dan ooit. In korte gesprekjes jaag ik op beren, geef ik grenzen, creëer ik rust en overzicht. 
Ik doe de deur open en de kinderen komen binnen. Er wordt hier en daar nog een surprise bijgeschoven. Na de dagopening en een ‘in-stilte-werken-in-je-sintboekje-moment’ wordt de eerste surprise uitgepakt. Als ik de groep in kijk, ben ik op sommige momenten zo trots en geroerd door de zichtbare vrolijkheid en blijdschap, door het elkaar helpen, de complimenten die gegeven worden, door het groepsgevoel. Dit was de berenjacht van de dagen hiervoor meer dan waard. 
Aan het einde van de dag worden de tassen en surprises gepakt. Grote dozen richting de taxi’s. “Hé, juf, het was leuk hè, vandaag.” Ik probeer nog net een surprisecadeau tussen een broodtrommel in een tas te manoeuvreren. Ik kijk op in een stralend gezicht. Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld. 

 

 

20 november 2019

Vrijheid
Het is doodstil in de klas. We hebben net de film gekeken die hoort bij de voorbereiding op ons bezoek aan Nationaal Monument Kamp Vught. De beelden maken indruk. Op elk kind in de groep. In de film lopen kinderen zo oud als zij door het bos richting het kamp. De klas voelt de spanning, de waanzin en het onrecht. Al een tijdje zijn we bezig met het thema oorlog. Ik leg uit, laat zien, licht toe, luister naar de kinderen, beantwoord hun vragen en geef ze gelijk in hun onbegrip en verontwaardiging. 
We zitten in de eetzaal. Houten banken en tafels. Een potkachel in het midden. Door het kleine raam schijnt de zon naar binnen. Onze gids houdt een blauw gestreept pak omhoog en vertelt. Ze legt uit, laat zien, licht toe, luistert naar de kinderen, beantwoordt hun vragen en geeft ze gelijk in hun onbegrip en verontwaardiging. De klas luistert ademloos en de kinderen proberen de vragen van de gids goed te beantwoorden. Als we buiten bij het kindermonument staan, kijk ik naar mijn groep. Ik kijk naar het bos wat achter het prikkeldraad begint. Vandaag hebben we vrijheid doorgegeven. 

Verschenen op jufenmeester.nl – 30 december 2019

 

 

5 november 2019

Ga voor goud
‘Juf, waarom ga jij staken?’ Ik ben net gestart met de dagopening en val even stil.
Alle berichten over het onderwijs flitsen door mijn hoofd. Het voelt alsof mijn vak gekaapt is door een negatieve beeldvorming. Er ligt een dikke, zware en verstikkende deken over het onderwijs. Zwarte wolken ontnemen ons het zicht op het mooiste vak van de wereld.
Ik geef kinderen inzicht in hun sterke kanten maar ook in dat wat ze nog moeten leren. Ik draag bij aan hun ontwikkeling. Ik reflecteer. De hele dag. Wat kan ik anders doen om te zorgen dat een kind de stap naar ontwikkeling kan zetten? Ik stimuleer mijn groep het beste uit zichzelf te halen. Ik leer ze voor zichzelf te kiezen. Of voor de ander op te komen. Ik maak lol met mijn klas. Voer goede, mooie gesprekken. Soms gesprekken waarvan ik een brok in m’n keel krijg.
Ik kijk. Ik luister. Ik voel.
Ik zie, hoor en voel de hele dag door kleine gouden momentjes. Die twee leerlingen die de ruzie op eigen initiatief oplossen. Dat meisje wat een grap met me durft te maken. De blik van een kind wat een compliment krijgt.
Ik staak voor de toekomst. Voor gelijke kansen. Voor kwalitatief goed onderwijs. Voor voldoende leerkrachten. Voor goede begeleiding van startende leerkrachten. Ik staak opdat de regering het onderwijs waardeert. Waardering in de breedste zin van het woord.
Weg met verstikkende dekens en zwarte luchten.
Leerkrachten, onderwijsmensen, pak regie. Stel prioriteiten. Doe wat moet. Geef een grens aan waar nodig. Ga staan voor je vak en zie (weer) gouden momentjes. Vertel door hoe prachtig ons vak is.
Ik kijk m’n klas in en zeg: ‘Ik ga staken omdat ik het te gek vind om jullie juf te zijn. En omdat ik hoop dat er nog veel meer juffen en meesters komen die hun vak geweldig vinden. Want wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.’

Verschenen in het Brabants Dagblad – 1 februari 2020

 

 

22 oktober 2019

Meesterschap
Ik loop naar de kast met een stapel schriften. Een waterig herfstzonnetje doet z’n best tussen dikke regenwolken. Ik las dat de minister toestaat dat er bij gebrek aan leerkrachten, niet-bevoegde mensen voor de klas mogen of dat er online les gegeven mag worden.
Denk terug aan gisterenochtend.
Ze hadden geen zin. Ik ook nog niet echt, trouwens. Het schakelen na zo’n vakantie is altijd lastig. Voor sommige leerlingen duurt het een dag. Soms twee of drie dagen. Voor mij als leerkracht zaak om te laten zien dat ik betrouwbaar en voorspelbaar ben. Ik doe nog steeds hetzelfde als voor de herfstvakantie.
Na die eerste weken zijn we nu van een klas een groep geworden. Een groep die ervoor gaat. Er wordt keihard gewerkt. Aan eigen doelen en met elkaar. Als groep. Tijdens het zelfstandig werken voel je de rust. Ik schuif aan bij een groepje. Help met een som. En ik praat met mijn leerlingen. Hoe is het? Hoe was je vakantie? Stem af op de verschillen. De hele dag door. Individueel. In de groep.
Als leerkracht maak ik verschil.
Leerkracht zijn. Een vak. Een ambacht. Een mooi maar moeilijk vak.
Ik sta nog bij de kast met de stapel schriften. Ik maak me zorgen. Om de kinderen. Het onderwijs. De maatschappij. De toekomst. Om mijn vak. Het mooiste vak van de wereld.

Verschenen in het Algemeen Dagblad – 30 oktober 2019
Verschenen in het Brabants Dagblad – 31 oktober 2019

 

 

3 oktober 2019

Verschil maken
Ik kijk de klas in. Ik zie ruim 20 nieuwsgierige hoofden. Verwachtingsvol maar ook wel een beetje onwennig. Voor mij geldt hetzelfde.
Ik kijk rond en zeg lachend dat het net een ouderavond lijkt. Gelach. De eerste grap is binnen.
Vanavond geen kinderen maar volwassenen als publiek. Mensen die ieder met hun eigen motief overwegen om de stap te maken om als leerkracht in het basisonderwijs aan de slag te gaan. Elk vanuit een andere achtergrond. Maar allemaal met een gemeenschappelijke deler. Deze mensen denken erover om een nieuwe stap te zetten in hun leven en willen verschil maken. Sommigen nog aan het begin van hun oriëntatie, anderen al haast overtuigd om de sprong te wagen.
Aan mij de geweldige opdracht deze mensen te inspireren. Ik vertel mijn verhaal. Deel mijn passie voor het vak. Er wordt ademloos geluisterd.
Er wordt gelachen. En er worden vragen gesteld. Kwetsbaar. Eerlijk. Mooi. Mijn antwoorden zijn bevlogen maar eerlijk.
Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

18 september 2019

Elf jaar later
Ik trek de deur van mijn klaslokaal achter me dicht. Loop naar buiten en pak mijn fiets uit de stalling. De zomer nadert zijn einde. De zon is nog warm maar je voelt dat de herfst in de lucht hangt.
Ik fiets de stad door. In de verte staat een groep jongens. Hangend op hun scooters. Petjes. Leren jacks. Af en toe een kreet. Een lach. Vanuit de auto die erbij staat, klinkt muziek. Doffe bassen. Rap.
Ik nader de groep. Als ik de jongens haast voorbij ben hoor ik ineens: ‘Hee, juf Willemijn!’ Ik rem af en zie een van de jongens uit de groep op me aflopen. Ik herken ‘m meteen. Guitig gezicht, ondeugende blik. Niks veranderd eigenlijk. Hoe lang zou het geleden zijn? Tien… misschien elf jaar? ‘Juf, hoe is het met u?’ We kletsen even. Hij vertelt over z’n werk en de opleiding die hij volgt.
‘En u, juf,’ vraagt hij, ‘nog steeds voor de klas?’ Zijn ‘juf’ ontroert me.
‘Jazeker,’ antwoord ik. Natuurlijk.
Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

21 augustus 2019

Een nieuw boek
De klas is nog stil. De tafels leeg. De laatjes gevuld met een nieuwe pen, een scherp potlood en een volle kleurdoos. De kasten vol met lege, nieuwe werkboeken. Op het bord de planning voor vandaag. Het digibord zoemt zacht. Ik kijk rond. Stilte. Leg een stapeltje recht. Neem een slok koffie.
Buiten stoppen de eerste taxi’s. Voorzichtig druppelen de eerste kinderen binnen. Gespannen gezichten. Een aarzelend goedemorgen. Bravoure. Een grap. Een vragend gezicht.
Dag SO7. Dag groep 8. Welkom nieuwe groep!
Ik kijk de klas in. Verwachtingsvolle koppies. Het nieuwe schooljaar ligt als een onbeschreven blad voor ons. Als een leeg boek. En het beschrijven van die eerste bladzijden is altijd zo belangrijk. Elkaar leren kennen. Regels en afspraken. Wat kan wel? Wat kan niet? De eerste weken van het schooljaar zijn de weken waarin ik het neerzet. Zo gaan we het doen. Duidelijk. Voorspelbaar. En met positieve verwachtingen. Vooral dat. Het vertrouwen geven en van daaruit verder bouwen. Een heel schooljaar mag ik, samen met hun ouders, meelopen in de ontwikkeling van deze kinderen.
Met een vrolijk goedemorgen start ik de dag op en we zijn begonnen!
Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.

 

 

3 juli 2019

Dag groep 8
De klas is stil. De laatjes leeg. De kasten opgeruimd. De borden gewist. Het digibord uit.
Daar zit ik dan. Met droppotten, chocolaatjes en lieve kaartjes om me heen.
Het zit er op. Dag SO7. Dag groep 8. Jullie waren geweldig. Soms een ingewikkelde, interessante uitdaging. Maar het was ook zo vaak zo mooi.
Vandaag straalden jullie stuk voor stuk op de afscheidspresentatie. Iedereen zijn eigen taak. Elk in zijn kracht. Wat was het goed om jullie ontwikkeling dit jaar op deze manier in praktijk te zien. Ik was een trotse juf. En ik was niet alleen. Ik keek naar jullie ouders. En ik zag dat ook zij hun kind zagen stralen. Zorgen over de brugklas en volgend jaar gingen even aan de kant. Genieten in het moment. Wat een vak heb ik. Het mooiste vak van de wereld.