Leuk 2.0

1 september 2026
Ik kijk de klas in. In mijn warme lokaal heerst deze middag precies dat klimaat waar ik zo van houd. Je voelt dat er hard gewerkt wordt. En hoewel ik zelfs kan genieten van de geur die er tijdens zo’n middag hangt, zet ik toch een extra raam open voordat ik verder ga met mijn verhaal.
Ik heb het met mijn groep 6/7 over de grote Nederlandse meesters. Ik geef les over Bosch, Rembrandt en Van Gogh. De respons vanuit de groep is goed en langzaam verschijnen er prachtige aantekeningen op het bord en op papier bij mijn leerlingen. De betrokkenheid is enorm, rode wangen, goede sfeer. In een stil moment kijkt een van mijn leerlingen op en zegt: ‘Juf, dit is leuk zeg.’

In het onderwijs heerst nog heel vaak het hardnekkige idee dat alles in het onderwijs ‘leuk’ moet zijn of op zijn minst ‘opgeleukt’ moet worden. Dat idee komt met regelmaat vanuit methodemakers en het bedrijfsleven – leuk en fancy verkoopt immers – of van lieden die zelf niet (meer) voor de klas staan.

Deze mensen roepen dan bijvoorbeeld dat schoollokalen ouderwets zijn, niet goed zijn voor het welbevinden van leerlingen en dat er geleerd moet worden op pleinen of in ateliers.
Je ziet niet zelden dat ontwikkelaars van lesmethodes zó zijn losgegaan met het optuigen van hun aanbod dat de lesdoelen volledig bedolven zijn door al die poespas of dat het middel een doel op zich wordt.
Maar ook leraren zelf doen een vrolijke duit in het zakje. Op de socials komt een heel scala aan ‘leukigheid’ voorbij: Van creatieve werkvormen, goodiebags, bucketlists tot aan dagritmekaarten en zelfs hele klaslokalen in allerlei thema’s toe.

Onderwijs wordt versierd, opgemaakt, opgeluisterd en aangekleed. Het kan niet gek genoeg. Dat decoreren komt vaak samen met een zweem van vluchtige oppervlakkigheid en de gedachte dat die toegevoegde factor ‘leuk’ een positief effect heeft op het welbevinden van de leerling.

Als het maar leuk is.
Maar wát is eigenlijk leuk?
Vanuit welk perspectief is het leuk?
En voor wie is het leuk?

En hoe effectief is zo’n opgeleukte les dan, vragen verschillende leraren zich deze week op diezelfde socials terecht af. Wat leren kinderen ervan?
Zou het niet goed als wat meer tijd gaat naar een inhoudelijke voorbereiding van de lessen en niet enkel naar het uiterlijk vertoon?

Ik geef graag les zonder opsmuk. Soms noemt met mijn stijl ouderwets. Ik vat dat altijd graag op als een compliment. Als leraar heb ik de opdracht om mijn leerlingen steeds zo goed mogelijk te onderwijzen en ze zo veel mogelijk mee te geven om zich als wereldburger staande te kunnen houden in onze steeds complexere wereld. Ik denk dat dat het beste lukt in de ‘traditionele’ omgeving die klaslokaal heet. Zo’n lokaal geeft geborgenheid, duidelijkheid en dus veiligheid en rust.

En geloof me, je hoeft onderwijs niet op te leuken. Toon vakmanschap en lef. Als je je opdracht en je leerlingen serieus neemt, (kinderen zijn namelijk gewoon kleine, grote mensen) slurpen kinderen gretig en gemotiveerd nieuwe kennis op en verrassen je als leraar telkens weer met hun ideeën, overdenkingen en vragen. Weet je hoe leuk dat is en wat dat doet met het welbevinden van leerling én leraar?

Altijd? Nee. Leren is niet altijd leuk. Soms is leren en groeien strontvervelend, moeilijk en moet je doorzetten of lukt iets nog niet. Dat hoort er ook gewoon bij. Maar een goede leraar zorgt, dat je daar ook van leert.

‘Zo, en waar zijn jullie geweest?’ Terwijl de trein zich langzaam in beweging zet, zie ik hoe een vriendelijke student een gesprek aanknoopt met een van mijn leerlingen.
Nadat we de afgelopen weken lazen, schreven, spraken en leerden over de grote Nederlandse meesters en hun werk, gingen we vandaag die meesterwerken maar eens in het echt bekijken. Mijn groep zit verspreid in de coupé en na de stevige wandeling door de stad, zijn de meeste kinderen blij dat ze zitten en is het opvallend rustig.
‘We hebben de schilderijen van Van Gogh bekeken in Het Noordbrabants Museum,’ zegt Davey. ‘En we zagen ook Jeroen Bosch. Een standbeeld dan,’ vult een klasgenoot in de bank erachter aan. ‘Die schilderde veel triptieken, wist je dat?’ De student lacht verwonderd. ‘Zo…,’ zegt hij dan, duidelijk verrast door de wijsheid van zijn jonge reisgenoten. ‘En eh… nee, dat wist ik niet. Leuk zeg!’