Over Alice, Mirza, Roya, Anna en al die anderen…

3 augustus 2026
‘Juf, we moesten lopen, zo ver lopen. Ook in de nacht.’ Ze zucht eens diep. Een vrijdagmiddag in mijn klas, jaren geleden. Een groep kinderen en ik. We praten met elkaar.‘Ik herinner me dat we over bergen gingen. En dat m’n voeten zo’n pijn deden.’ Een ander valt haar bij. ‘Wij deden sommige stukken ook met de auto of een busje. Maar we liepen vooral. En ik wist niet waarheen.’ 

Ze vertelden nooit veel over hun vlucht.
Misschien omdat de herinneringen te vaag waren of juist pijn deden. 
Misschien omdat de angst hen nog teveel onder de huid zat. 
Misschien omdat de klas niet de plek was om het te delen.
Maar die middag vertelden ze verhalen uit Bosnië, Afghanistan, Syrië en Irak.

Toen ik de verhalen over Alice, Mirza, Roya en Anna las, dacht ik voortdurend aan de verhalen van de kinderen uit mijn klassen.
Hun verhalen zijn tijdloos en universeel. 
De verhalen van al deze kinderen gaan over angst, verdriet, hoop, veerkracht en volharding. 

Het zijn verhalen van kleine, grote mensen.

Verhalen die we moeten lezen. 
Verhalen waarnaar we moeten luisteren.
Verhalen die we moeten voelen.
Verhalen waar we over moeten praten, over moeten denken en over moeten schrijven. 

Het zijn verhalen die we moeten blijven vertellen. Omdat het verhalen van mensen zijn.